Vergelijkende test: K&F Concept ND-filters versus concurrenten voor landschapsfotografie
Je wilt langere sluitertijden voor wolkenstrepen, zijdezacht water of minder drukte in je frame — maar je wilt óók niet dat een filter je foto’s zachter maakt, een rare kleurzweem geeft of op je groothoek ineens een donker “X” over de lucht trekt.
In deze vergelijkingsgids zet ik K&F Concept ND-filters naast drie bekende alternatieven (NiSi, Hoya en Lee). Niet als “wie is de beste?”, maar als: welke keuze past bij jouw manier van landschapsfotografie — en wanneer is een variabele ND (VND) überhaupt slim versus een vaste ND.
Waar je op let (landschap) | K&F Concept | NiSi | Hoya | Lee |
|---|---|---|---|---|
Kleurzweem / neutraliteit | Wisselt per model/sterkte; check reviews & RAW-test | Sterke reputatie op “true color” VND’s (modelafhankelijk) | Degelijk, maar bij VND blijft X-effect risico | Bekend om het 100mm-systeem; sommige stoppers hebben (historisch) kleurzweem |
Risico op X-pattern (VND) | Afhankelijk van VND en instelling | Sommige VND’s claimen ‘no X’; wide-angle blijft kritisch | Hoya benoemt zelf X-pattern bij max density | N.v.t. (meestal vaste ND in systeem) |
Wide-angle vignettering | Let op frame-dikte & stapelen | Sterke focus op wide-angle compatibiliteit (modelafhankelijk) | Officiële waarschuwing: FF <24mm kan vignetteren | 100mm-systeem vaak beter voor ultra-wide |
Snelheid in het veld | VND’s snel; vaste ND wisselen | VND’s snel; systeemoplossingen bestaan | VND’s met knop handig | Holder opbouwen kost tijd, daarna flexibel |
Grads & stacking | Screw-in: beperkt | Screw-in + systemen | Screw-in | Grote plus: grads zijn de reden om Lee te kiezen |
Key Takeaway: Voor pure landschapskwaliteit en voorspelbaarheid wint vaste ND vaak. Kies VND vooral als je snelheid nodig hebt en je binnen het “veilige” bereik blijft.
Eerst dit: variabele ND (VND) versus vaste ND
Als je één ding onthoudt voor ND-filters voor landschapsfotografie: kies eerst het type (VND of vast) op basis van je lens en werkwijze — pas daarna het merk.
Wat je koopt met een VND
Een variabele ND is handig omdat je met één filter meerdere stops kunt instellen door te draaien. Dat is ideaal als het licht snel verandert (denk: zon door wolken) of als je tussen video en foto wisselt.
Maar: een VND werkt met polarisatie. En juist dáár komen de klassieke problemen vandaan.
X-pattern / cross polarization: bij hoge dichtheid kan een donker X-patroon ontstaan dat lastig te corrigeren is. Tim Grey beschrijft dit als een van de meest voorkomende problemen bij variabele ND-filters, samen met vignettering.Problemen met variabele ND-filters (Ask Tim Grey, 2022)
Meer kans op vignettering: VND’s zijn vaak dikker; op (ultra)groothoek zie je dat sneller.
Kleurverschuivingen: sommige VND’s warmen op, koelen af of krijgen een groen/magenta shift naarmate je draait.
⚠️ Warning: Gebruik je vaak 16–20mm full-frame (of vergelijkbaar) en ga je graag naar de donkerste stand? Dan is een VND precies de plek waar je sneller artefacts ziet. Een vaste ND is dan meestal minder stress.
Hoya zegt het overigens vrij eerlijk op de productpagina van de Variable Density II: bij (bijna) maximale dichtheid kan een kruisvormig patroon verschijnen — “inherent” aan VND’s.HOYA Variable Density II productinformatie
Wat je koopt met een vaste ND
Een vaste ND (bijv. ND64/6 stops of ND1000/10 stops) is simpeler: één sterkte, één look. Je wisselt een filter, je weet waar je staat.
De trade-off is dat je in het veld moet wisselen (of meerdere filters meeneemt). Maar voor landschappen is dat vaak oké, omdat je meestal toch op statief werkt.
Een vaste ND kan nog steeds een kleurzweem geven (zeker bij zware ND’s).
ND-filters voor landschapsfotografie: de 6 criteria die tellen
1) Kleurzweem en neutraliteit
Als je veel in zonsopkomst/-ondergang schiet, is neutraliteit extra belangrijk: kleine shifts vallen dan snel op in lucht en water.
VND: kleur kan mee veranderen met de stand. Daarom wil je een VND die in het middenbereik neutraal blijft.
Vaste ND: meestal consistenter, maar sterke dichtheden kunnen alsnog een herkenbare cast geven.
Praktisch advies: test je filter in RAW op een neutraal onderwerp (grijskaart of witte muur) op 2–3 standen/sterktes en kijk of de tint/temperatuur springt.
2) Scherpte (ook aan de randen)
Op hoge-res bodies en microcontrast in rotsen/bladstructuur zie je kwaliteitsverschillen sneller.
Goede ND’s horen je beeld niet “zacht te trekken”.
Bij VND’s kan het aan de extremes eerder misgaan.
3) Vignettering (vooral op groothoek)
Vignettering komt vaak door frame-dikte of stapelen.
Screw-in + stapelen (bijv. VND + extra UV/CPL) is een vignetteringsmagnet.
Als je breed schiet, loont het vaak om met één goede filtermaat te werken via step-up rings.
Pro Tip: Kies één grotere filtermaat (bijv. 82mm) en gebruik step-up rings. Dat scheelt kosten én vignettering door “net te kleine” filters.
4) Flare, ghosting en coatings
Coatings zijn geen sexy onderwerp, maar in backlight (zon laag boven de horizon) zijn ze het verschil tussen “clean” en “melkachtig”.
Zoek naar:
multi-coating / anti-reflectie
water- en olieafstotende coating (seaspray, regen, vingerafdrukken)
makkelijk schoon te maken oppervlak
5) Gebruiksgemak in het veld
Bij landschap wil je vaak: handschoenen aan, wind, zout, mist.
Heeft de ring genoeg grip?
Zit er een draaiknop/handle bij (bij VND’s)?
Draait het soepel zonder ‘stotteren’?
6) Systeemkeuze: screw-in versus 100mm holder
Dit is waar Lee in beeld komt.
Met een holder-systeem kun je graduated ND’s (GND) schuiven tot de horizon precies klopt. Dat is lastiger met ronde schroeffilters.
Holder-systeem is wel meer gedoe/gewicht/kosten.
Een goed overzicht van die trade-offs vind je bij How to choose your first filters (Capture Landscapes).
K&F vs NiSi vs Hoya vs Lee: wat je realistisch mag verwachten
Belangrijk: ik ga hier geen “labscore” verzinnen. Wat wél kan: wat de merken beloven, wat onafhankelijke reviews melden, en waar de logische risico’s zitten (zeker bij VND’s).
K&F Concept (screw-in ND en VND)
K&F zit vaak in de sweet spot: veel opties, toegankelijk geprijsd, en in de praktijk vaak “goed genoeg” — zolang je begrijpt wat je koopt.
Voor een hands-on indruk is er een review bij Digital Photography School waarin o.a. 77mm VND’s (ND2–ND32 en ND8–ND128) worden gebruikt; de auteur meldt natuurlijke kleuren en geen X-effect in die specifieke test.K&F Concept filters put to the test (Digital Photography School)
Als je intern wilt vergelijken op specs, begin dan bij het K&F ND-overzicht en kijk vervolgens naar:
een VND met groot bereik zoals K&F variabel ND3–ND1000 (Nano-D)
een vaste long-exposure klassieker zoals K&F vaste ND1000 (Nano-X)
Voor landschap is mijn nuchtere interpretatie: als je vooral lange sluitertijden op statief schiet, is een vaste ND (6 of 10 stops) vaak de minst risicovolle eerste aankoop. Een VND is handig, maar kies dan liever een bereik dat je in de praktijk gebruikt en blijf weg van de uiterste stand.
NiSi (VND “true color” en systemen)
NiSi positioneert zich vaak als “kleur-gedisciplineerd”: neutraliteit en minder kleurzweem.
Een review die specifiek de NiSi True Color ND-Vario 1–5 stops bespreekt, meldt in een simpele test een zeer neutraal resultaat en geen X-pattern bij 5 stops.NiSi True Colour ND Vario 1–5 stops review (Kieran Hayes)
Waar NiSi sterk kan zijn voor landschap:
als je vaak met groothoek werkt en toch een VND wilt
als kleurconsistentie je grootste irritatie is
Hoya (Variable Density II)
Hoya is “no-nonsense”: degelijk, breed verkrijgbaar, en de Variable Density II heeft een groot bereik.
Op de officiële pagina staat:
bereik: ND3–400 (1,5 tot 9 stops)
waarschuwing voor X-pattern bij maximale dichtheid
vignettering-risico op full-frame onder 24mm (zie de officiële productpagina).
Dat is precies wat je als landschapsfotograaf wilt weten: waar ligt de grens.
Lee (100mm systeem + stoppers)
Lee is voor veel landschapsfotografen vooral interessant door het holder-systeem en de mogelijkheid om GND’s precies te plaatsen.
De keerzijde is handling en soms kleurkarakter. Een voorbeeldvergelijking bij Fstoppers bespreekt o.a. dat de Lee Big Stopper in hun voorbeeld een (lichte) blauwe tint laat zien, terwijl een screw-in alternatief anders kan uitpakken — plus het verschil in complexiteit en kosten van een holder setup.Lee Big Stopper versus Kenko ND1000 (Fstoppers)
Wanneer Lee logisch is:
je gebruikt grads (horizon, bergen)
je wil flexibel stapelen zonder (te veel) vignettering
je vindt de extra setup-tijd acceptabel
Welke ND-sterktes zijn het handigst voor landschap?
Als je niet meteen een hele tas vol glas wilt, is dit de meest praktische ladder:
3 stops: subtiele blur, of als het al donker is (golden hour/blauwe uur).
6 stops: workhorse voor water/lichte wolkenbeweging, vaak het meest veelzijdig.
10 stops (ND1000): fel daglicht, echt lange belichtingen, dramatische smoothing.
Digital Photography School heeft een overzicht van wanneer 3/6/10 stops logisch zijn.Welke ND-sterkte past bij je lange sluitertijd (Digital Photography School)
Een simpele keuzehulp: welke set past bij jouw manier van fotograferen?
Scenario A: “Ik schiet vooral op statief, wil de hoogste beeldkwaliteit”
Start met: vaste 6-stop + vaste 10-stop
Waarom: voorspelbaar, minder artefacts, ideaal voor seascapes/watervallen.
Scenario B: “Ik wil snel kunnen schakelen, en ik shoot ook video”
Start met: VND 1–5 stops (en blijf weg van de uiterste stand)
Waarom: snelheid. Let extra op kleurzweem en groothoek.
Scenario C: “Ik werk veel met heldere horizons en wil grads gebruiken”
Start met: 100mm holder-systeem (Lee-achtige aanpak) + GND’s
Waarom: de grad kun je positioneren; dat is een landschap-voordeel dat ronde filters niet evenaren.
Scenario D: “Budget, maar wél serieus landschap”
Start met: vaste ND1000 (10 stops) + één extra (3 of 6 stops)
Waarom: twee filters dekken 80% van ‘ik wil long exposure’ af.
Next steps
Wil je dit nóg concreter maken? Pak drie dingen erbij (voor jezelf) en je keuze wordt meteen helder:
Je meest gebruikte brandpuntsafstand (bijv. 16–35mm op full-frame).
Je meest voorkomende licht (midday vs golden hour).
Je doel-look (subtiel water vs “mistige zee”).
Daarna kun je gericht kiezen uit een VND of een 6/10-stop vaste ND, en voorkom je de klassieke miskoop: “te donker” of “te veel artefacts op groothoek”.