Hoe Diep Kan Een Metaaldetector Zoeken?
Maximale detectiediepte
Wij krijgen vaak de vraag van onze klanten: hoe diep kan een metaaldetector zoeken? Hier bestaat echter geen duidelijk antwoord op.
Bij alle metaaldetectors is de maximale detectiediepte afhankelijk van de objectgrootte, bodemsoort, bodemomstandigheden en uw detectorinstellingen.
Er is geen absoluut getal. Het hangt af van de detector, de bodemgesteldheid en de massa, vorm en materiaal van het object.
- De meeste detectors hebben optionele extra zoekspoelen voor uw detector waarmee u dieper kunt zoeken dan uw standaard zoekspoel.
- Hierdoor kan vaak tot 25% meer diepte worden bereikt.
- Professionele modellen in het hogere segment zoeken uiteraard dieper dan een starters metaaldetector, maar hebben ook veel meer instellingsmogelijkheden.
- Indien je niet voldoende kennis / ervaring hebt en je iets verkeerd instelt dan gaat dit zeker ten koste van de zoekprestaties en je vondsten.
Het kost echt tijd om je detector goed te leren beheersen. Oefening baart kunst, maar vaak duurt het wel meerdere maanden voor je je nieuwe detector echt onder de knie hebt.
Over het algemeen kunnen we stellen dat iemand die zijn detector goed beheerst vaak het meeste succes zal hebben. Veel meer dan iemand met de allernieuwste en duurste metaaldetector die deze (nog) niet beheerst.

Kleine en grote objecten
Starter metaaldetectorsmetaaldetectoren voor professionalsdie een enkele munt veel dieper kunnen vinden, tot wel 30-40 cm, en grote voorwerpen veel dieper.
Er zijn geen metaaldetectors die op een diepte van meer dan ongeveer 60 cm een object ter grootte van een enkele munt kunnen detecteren. Zelfs een professionele metaaldetector die meer dan 5.000 euro kost, kan dit niet.
Deze professionele metaaldetectors en bodemscanners zijn echter in staat grote objecten zeer diep, soms tot enkele meters diep, te detecteren!
- Concentrische zoekspoelen
- Op de meeste detectors in de prijsklasse tot € 350,- zitten concentrische zoekspoelen. Deze halen een mooie basisdiepte; ongeveer 25-30 cm voor kleine objecten en 1.20m a 1.30 meter voor grote objecten.
- DD-zoekspoelen
- Op duurdere metaaldetectors zitten vrijwel altijd dd-zoekspoelen. Deze gaan voor kleine objecten tot 35-40 cm en voor grote objecten tot 1.50m a 1.60m.
- Zoekschijven
- Daarnaast kijken dd-spoelen van breder in de grond dan concentrische schijven.
De belangrijkere vraag is wat de maximale diepte is waarop je nog steeds een redelijke doelidentificatie kunt krijgen. Voor de meeste betere detectoren is dat 12" - 18".
Kleine dingen haal ik met geluk 10 inch op met een standaard 9,5 inch spoel. Een grotere spoel kan dieper gaan, maar een betrouwbare id is niet inbegrepen.

Zoekfrequenties
Vrijwel alle metaaldetectors voor hobbygebruik behoren qua frequentie tot het vlf-type (very low frequency). De frequenties in dit gebied lopen praktisch van 3 khz tot 20 khz.
- Het is belangrijk te weten dat lage frequenties (3-5 khz) wat dieper gaan voor grote/compacte objecten.
- Hogere frequenties (12-19 khz) nauwkeuriger zijn (relatief dieper gaan) voor kleine- en complexe gevormde objecten (een klein muntje op zijn kant, oorbelletje, fibula-atje, etc.)
- Metaalzoekers met focus op grote militaria (bijv. helmen) zullen dus vaker kiezen voor een metaaldetector met een lage frequentie.
- Zoekers met focus op kleine archeologische objecten zullen wat vaker voor een hoge frequentie kiezen.
- Single frequency
- Metaaldetectors die werken op 1 zoekfrequentie. De meeste metaaldetectors werken op 1 zoekfrequentie.
- Multifrequentie
- Sommige professionele metaaldetectors beschikken over meerdere zoekfrequenties waar tussen de gebruiker kan wisselen.
- Multi-flex / simultaneous multifrequency
- Een metaaldetector die op meerdere zoekfrequenties tegelijk zoekt. Bijvoorbeeld van 5khz tot 40khz tegelijkertijd.
Wil de gebruiker allround zoeken gebruikt deze de 14khz, voor grote objecten op grote diepte gebruikt hij de 5khz en voor het zoeken naar zeer kleine fijne juwelen in de bovenlaag schakelt hij over naar de 20khz. De metaaldetector zoekt op 1 zoekfrequentie tegelijk.
Het voordeel hiervan is dat de metaaldetector de voordelen van de verschillende zoekfrequenties combineert en dat hierdoor bijvoorbeeld de zeer kleine fijne objecten iets dieper gevonden kunnen worden.

Instellingen en bodemomstandigheden
De metaaldetector creëert een elektromagnetisch veld van ongeveer 1,5 meter diep in de grond.
De zoekschijf bestaat uit een zender en een ontvanger (beide ringvormig). De zender creëert het elektromagnetisch veld en de ontvanger meet of er verandering in het veld optreed.
Een verandering in het veld wordt door de metaaldetector aan u gemeld door middel van een geluidje(piepje) en/of visueel op het scherm.
- Metalen (dat vinden we toch het leukst)
- Mineralen, ook wel grondstoring genoemd
- EMI (elektromagnetische interferentie), ook wel luchtstoring genoemd
Op elke metaaldetector zit een ‘gevoeligheidsinstelling’ (engels: sensitivity / sens). Deze functie is nodig om geen last te hebben van EMI (electro magnetische interferentie) oftewel luchtstoring.
Als een detector onrustig wordt o.b.v. deze storing, verlaagt u de gevoeligheidsfunctie tot hij weer rustig wordt. Je zet de sens dus altijd zo hoog als dat de detector rustig blijft.
Zoals eerder behandeld, kan naast verstoring door metalen en EMI ook verstoring door mineralen in de grond optreden. Dit kan bij door ijzererts, extreme meststoffen maar ook door het zout dat u aan de kust (het zoute strand) vindt.
- Volautomatisch: de metaaldetector checkt periodiek zelf de grond op mineralen
- Semiautomatisch/pompen: u drukt de grondbalans knop in en pompt de metaaldetector op en neer naar de grond (eenmalige meting per zoeklocatie)
- Handmatig: u kunt de waarde van de grondbalans handmatig instellen
- Beach/zout strand: de detector kiest meteen de bijpassende lage grondbalans voor zout
Voor nederlandse gronden is semiautomatisch/pompen meestal voldoende omdat de mineralisatie niet sterk fluctueert op kleine afstanden.

Zwaaitechniek en zoekdiepte
Het aanleren van een goede zwaaitechniek kan wel tot 50% extra vondsten opleveren!
- De basis van de zwaaitechniek is dat u de zoekschijf parallel aan de grond houdt en zo dicht mogelijk over de grond beweegt (maximaal 2 a 3 cm boven de grond)
- Als een metaaldetector een muntje bijv. tot 30cm diep zou kunnen waarnemen en u zwaait 15 cm boven de grond, verliest u dus de helft van de detectiediepte.
- U houdt de zwaaibeweging het langste vol als u een ontspannen beweging kunt maken, voornamelijk met de elleboog als draaipunt.
- Controleer dat u net zo ver links als rechts om uzelf heen kunt zwaaien (minimaal 1 meter afstand per zwaai).
Controleer vooral dat uw schouderspieren ontspannen zijn en uw bovenarm ontspannen langs uw lichaam hangt (elleboog naast het lichaam, niet ver ervan af).
Er bestaat twee basistechnieken/gedragingen voor metaaldetector. Tegenwoordig zijn vrijwel alle metaaldetectors van het type ‘motion’ (engels voor ‘beweging’). Dit betekent dat u een beweging moet maken over een metalen object om het object te kunnen detecteren.
Als u stil boven het object hangt kan de detector het object ‘niet zien’.
Op de meeste hedendaagse motion-techniek metaaldetectors zit een ‘pinpoint-knop’. Als je deze indrukt, verandert de techniek van motion naar non-motion.
Deze knop wordt vaak gebruikt als er een object gedetecteerd is, en je wilt zo nauwkeurig mogelijk zien waar het object in de grond zit (centreren / plaats bepalen).
Maximale toegestane diepte
Met een metaaldetector mag tot een diepte van maximaal 30 cm gezocht worden: onder geen voorwaarde mag de bodem dieper verstoord worden dan 30 cm onder het landoppervlak.
In de erfgoedwet uit 2016 staat dat het verboden is om zonder certificaat op te graven. Die certificaten worden uitgegeven aan bedrijven en overheden.
Het zoeken naar vondsten in de bovenste 30 cm van de grond met een metaaldetector is niet verboden. In een speciaal besluit is dit uitgezonderd van het opgravingsverbod.
Vondsten die dieper liggen dan 30 cm mogen niet opgegraven worden. Daarvoor geldt wel het opgravingsverbod.
- Er moet altijd gecontroleerd worden of de gemeente niet zelf een plaatselijk metaaldetectieverbod heeft ingesteld.
- In zulke gevallen mag daar niet met een metaaldetector gegraven worden.
- Overigens geldt los van de archeologische wet- en regelgeving dat u altijd aan de eigenaar van het terrein waarop u wilt gaan zoeken toestemming moet vragen.
- Het overtreden van de metaaldetectie-regels strafbaar is.
Let dus altijd goed op of in uw gemeente niet toch een (opgravings)verbod geldt voor metaaldetectie. Dit kunt u meestal vinden in de algemene plaatselijke verordening of kortweg de apv van de gemeente.