Welke Lens Voor Wildlife Fotografie?
Telelens
Een van de meest voor de hand liggende keuzes is de telelens.
Zeker bij wildlifefotografie kom je vaak niet dichtbij genoeg zonder het dier af te schrikken.
Of het dier is zo gevaarlijk dat je überhaupt niet te dichtbij wilt komen natuurlijk, daarbij biedt een telelens uitkomst.
Met telelenzen kun je gedetailleerde foto's maken van dieren die je niet van dichtbij kunt benaderen, of dat nu komt omdat ze gevaarlijk zijn of omdat je ze gewoon wilt vermijden.
Met een lens met een flinke brandpuntsafstand kan je goed uit de voeten tijdens een safari of bij het fotograferen van vogels.
Ga op zoek naar een lens met een minimale brandpuntsafstand van 200mm, in de meeste gevallen kan je daarmee al schitterende plaatjes maken.
Wildlife? Dan wil je minstens een lens met 400mm (brandpuntsafstand). 300mm is misschien een goed beginpunt.
Een lens met een brandpuntsafstand van minimaal 300mm is ideaal voor het fotograferen van dieren in de natuur.
300mm tot 600mm geeft je voldoende bereik om dieren van een afstand haarscherp vast te leggen.
Wil je meer close-ups maken? Kijk dan naar 400mm of misschien zelfs 600mm telelenzen maar houd dan wel rekening met een zware rugzak.
Voor kleinere of verder weg gelegen dieren kan een 400mm, 500mm of zelfs een 600mm lens nodig zijn.
Vogels zijn meestal kleiner en moeilijker te benaderen dan andere wilde dieren, dus heb je vaak een langere brandpuntsafstand nodig om ze te fotograferen.
Waar je van een groot zoogdier beeldvullende opnamen kunt maken met een 300mm- of 400mm-lens, heb je wellicht een 500mm-, 600mm- of zelfs een 800mm-lens nodig voor bepaalde soorten vogelfotografie.

Brandpuntsafstand en bereik
- Telelenzen bieden je meer kadreringmogelijkheden, zodat je kunt overschakelen van groothoekopnamen waarin dieren in hun natuurlijke omgeving worden vastgelegd naar strakkere portretten waarin specifieke kenmerken worden benadrukt.
- Een zoomlens biedt je de flexibiliteit om je opname opnieuw samen te stellen en de scène vast te leggen wanneer je geen tijd hebt om van lens te wisselen.
- Door de brandpuntsafstand te verdubbelen, bijvoorbeeld van 200 mm naar 400 mm, zien dieren en vogels er twee keer zo groot uit op de foto.
- Hoe groter de afstand, hoe meer bereik je nodig hebt.
- Een 70-200 is geweldig voor evenementen en indoor sporten, maar ik zou er nooit aan denken als de primaire focus wildlife is.
- Zoals anderen al zeiden, al deze lenzen zijn te kort voor wildlife, tenzij je relatief grote dieren van dichtbij fotografeert in een dierentuin of een andere gecontroleerde omgeving.
De sensoren in aps-c-camera's geven je meer bereik.
Een aps-c-sensor geeft objectieven 1,6x het telefotobereik dat ze zouden hebben op een full-frame camera.
Zo wordt het makkelijker om close-ups te maken van schichtige dieren en vogels.
Veel superteles in mijn toplijstjes zijn ontworpen voor fullframe camera’s. Maar ze zijn ook uitstekend geschikt voor aps-c camera's.
Houd dan wel rekening met de aps-c cropfactor van ongeveer 1.5x (canon: 1.6x).
Dat betekent dat het zoombereik bij een 100-400mm ongeveer 150-600mm is.
Een prachtig bereik dat nog beter geschikt is voor wild-, sport- en actie-fotografie!

Zoomlenzen
- Zoomlenzen zoals een 100-400mm of een 150-600mm zijn perfect voor flexibele wildlife fotografie.
- Hiermee kun je snel wisselen tussen close-up en bredere shots zonder van lens te wisselen, wat vooral handig is wanneer je onverwachte bewegingen van dieren moet vastleggen.
- Een 100-400mm lens zou handiger zijn om mee te beginnen en de dingen onder de knie te krijgen, en ook om erachter te komen wat je nodig hebt.
- De 100-400mm is wel beter in meer situaties.
- De 100-400mm lens is erg licht en zal makkelijk te hanteren zijn.
- Een 150-600 is perfect uit de hand te houden maar het is een monster.
Zoomlenzen bieden je de flexibiliteit om je opnamen direct opnieuw te kadreren, zodat je het interessante gedrag van dieren en het veranderende licht optimaal kunt vastleggen.
Een zoomlens biedt je de flexibiliteit om je opname opnieuw samen te stellen en de scène vast te leggen wanneer je geen tijd hebt om van lens te wisselen.
Met het 500mm-uiteinde van het bereik kun je close-ups van grote dieren maken, en uitzoomen om het dier in zijn leefomgeving te fotograferen.
Kortere telezoomobjectieven zijn een mooie aanvulling op de uitrusting van een wildlifefotograaf, want je kunt er meer van de omgeving van het dier mee op de foto zetten.
Het zoombereik biedt zoveel mogelijkheden wanneer een dier dichter bij je in buurt komt – met dit ene objectief kun je zoveel doen.
Een lens met een groot bereik in een compact formaat heeft best goede beeldkwaliteit.

Supertelelenzen
- Voor sport- en wildfotografie
- Zoals gezegd zijn de supertelelenzen in mijn lijstje met name geschikt voor wild- en sportfotografen. De lenzen halen niet alleen dichtbij wat veraf is, maar blinken ook uit in razendsnel scherpstellen én schieten.
- Schitterende close ups
- Veel van de lenzen in dit lijstje zijn ook toppers in close up-fotografie. Dankzij een kleine minimale scherpstelafstand plus het gigantische telebereik kun je dan bijvoorbeeld waanzinnig mooie foto’s schieten van libellen of vlinders.
- Heerlijke bokeh
- Veel van de lenzen in mijn lijstjes blinken ook uit in een prachtige achtergrond-onscherpte: de bokeh. Dankzij het forse telebereik in combinatie met een lichtsterk diafragma steekt je onderwerp glashelder af tegen een onscherp decor.
- De nadelen: prijs & gewicht
- Nadelen zijn er helaas ook. De meeste lenzen in mijn lijstje zijn groot, zwaar en duur.
Telelenzen met een kleiner maximaal diafragma, zoals f/5.6 en f/11, zijn gemakkelijker mee te nemen en betaalbaarder dan lenzen met een groot maximaal diafragma.
Een 600mm prime lens is eigenlijk voor vogels of verafgelegen wildlife en verder niets.
Fotograferen met een lange prime lens heeft een paar uitdagingen - je kunt niet uitzoomen om de foto te kadreren, en ze zijn helemaal niet flexibel.
Het is een behoorlijk extreme brandpuntsafstand. Het zal lastig zijn om dingen te kadreren zoals je wilt, zonder je lichaam te bewegen, wat afhankelijk van de situatie onmogelijk kan zijn.
Een vaste, erg lange brandpuntsafstand en vast diafragma maken een lens best lastig om te gebruiken.
De minimale focus afstand kan een probleem zijn en het licht is niet altijd goed genoeg voor f11.

Macrolens en groothoeklens
- Aan het andere eind van het spectrum vinden we macrolenzen.
- Waar je met een telelens van veraf kunt fotograferen, biedt een macrolens uitkomst wanneer je juist zeer dicht je onderwerp wilt fotograferen.
- De korte scherpstelafstanden zorgen ervoor dat je bijna tegen het onderwerp aankomt.
- Erg handig als je een lieveheersbeestje op een blaadje probeert te fotograferen bijvoorbeeld.
- Voor kleinschalige wildlifefotografie gaat er niets boven het gemak en de beeldkwaliteit van een speciaal macro-objectief.
- Een groothoeklens is perfect voor het vastleggen van dieren in hun natuurlijk habitat.
Hoewel telelenzen de werkpaarden van de wildlifefotografie zijn, zijn er nog veel meer lenzen die op creatieve wijze kunnen worden ingezet bij het fotograferen van dieren en vogels.
Groothoeklenzen kunnen ook nuttig zijn om meer van de leefomgeving van een dier vast te leggen of een hele zwerm vogels.
Het kan een uitdaging zijn om dichtbij genoeg te komen om wilde dieren te fotograferen met een ultragroothoekobjectief, maar hierdoor kun je dieren in context plaatsen binnen een ruimere scène.
Een portretlens is namelijk zeer geschikt bij het fotograferen van huisdieren.
Waarom zou je tenslotte alleen portretten van mensen kunnen maken?
Teleconverter en stabilisatie
- Omdat je telebereik natuurlijk nooit genoeg is, zijn er teleconverters op de markt.
- Die verlengen je telebereik met 1.4x of 2x.
- Een 1.4x teleconverter kost je 1 stop, een 2x teleconverter kost je 2 stops.
- Het grote voordeel van een teleconverter is simpel: de prijs.
- Op relatieve betaalbare wijze maak je jouw lenzenassortiment in een klap een stuk veelzijdiger.
- Houd er wel rekening mee dat een converter niet op elk objectief te gebruiken is.
Check daarom altijd eerst of de twee compitabel zijn, voordat je een extender voor niks aanschaft.
Lenzen met een langere brandpuntsafstand zijn moeilijker stil te houden.
Zeker bij het fotograferen met lange telelenzen kan bewegingsonscherpte een probleem zijn.
Zorg ervoor dat je de beeldstabilisatie in je lens of camera inschakelt, vooral als je uit de hand fotografeert.
Ook is het verstandig om bij een zware lens te fotograferen op een tripod of monopod.
Gebruik altijd een monopod of statief bij het fotograferen met zware telelenzen om bewegingsonscherpte te voorkomen.
Als je vanaf een statief fotografeert, zet de stabilisatie uit, omdat dit soms juist ongewenste bewegingen kan veroorzaken wanneer je camera op een stabiel oppervlak staat.
Gewicht en lichtsterkte
Gewicht speelt dan ook een belangrijke rol.
In begin probeer je misschien al je lenzen mee te sjouwen, maar dan kom je er al snel achter dat dit ten koste gaat van je rug en je schouders.
Je moet keuzes maken.
Dit betekent in wat je mee neemt, maar mogelijk ook in wat je aanschaft.
Je moet altijd ergens een concessie doen.
Een lichtsterke lens f2/8 (of een groter diafragma) zijn zwaarder en vaak groter.
Een groter maximaal diafragma werkt bijzonder goed in dit scenario.
Prime lenzen bieden vaak een hogere beeldkwaliteit en grotere diafragma’s, zoals f/2.8, waardoor ze beter presteren bij weinig licht en snellere sluitertijden mogelijk maken.
Het constante diafragma van f/2.8 van professionele zoomobjectieven betekent dat ze ook een goede keuze zijn voor wildfotografie bij weinig licht.
Tot slot moet je rekening houden met de grootte en het gewicht van je lens, omdat je een compacte, lichtgewicht lens eerder meeneemt.
Als je gaat wandelen is gewicht erg belangrijk.